Transplantatiepatiënten moeten aan sport doen
Volgens sommige specialisten zal over tien jaar de helft van alle operaties een vervanging van een ziek orgaan zijn. Transplantaties zullen dus dagelijkse kost zijn, en de straten zullen vol lopen met transplantatiepatiënten!
Hoe gaat het met mijn hart?
Kent u het verhaal van de Australische zakenman en de boer uit Tasmanië die tijdens een wedstrijd 5 kilometer hardlopen ontdekten dat de ene het hart van de andere had gekregen? Acht jaar voordien kampte José Lopez met ernstige longproblemen die een transplantatie vereisten. Zoals vaak het geval is bij dit soort ingreep, ging het om een hart-longtransplantatie. Vervolgens recupereerde men het oude hart, dat in perfecte staat verkeerde, en transplanteerde men het bij een andere patiënt, Keith Webb, die aan acute hartinsufficiëntie leed. Beide mannen stelden de “ruil” vast toen ze ervaringen uitwisselden. Het deed Lopez plezier dat zijn oude hart een rustig leventje leidde op het platteland…
Een remedie op lange termijn
Beide mannen ontmoetten elkaar tijdens een sportdag voor transplantatiepatiënten. Dit soort evenementen heeft overal ter wereld steeds meer succes. Door de jaren heen groeide immers het besef dat transplantatiepatiënten absoluut nood hebben aan regelmatige lichaamsbeweging. De operatietechnieken zijn er zo enorm op vooruitgegaan dat de vervanging van een slecht werkend orgaan niet langer opzien baart, ook al gaat het nog altijd om een huzarenstukje. Toch blijft het risico op afstoting bestaan. Ons afweersysteem is immers zo afgesteld dat het reageert tegen elke indringer, ook als die als doel heeft het organisme te redden. Aanvankelijk was dit een niet te ontwijken hinderpaal die de patiënt op vrij korte termijn veroordeelde. Zo leefde de eerste mens die een harttransplantatie kreeg, in 1967, nog 18 dagen na de ingreep! Gelukkig bestaan er vandaag zeer doeltreffende geneesmiddelen tegen afstoting, zoals cortisone of ciclosporine. Dankzij die geneesmiddelen kan het getransplanteerde orgaan behouden worden, op voorwaarde dat ze levenslang ingenomen worden. Ze hebben echter heel wat bijwerkingen. Vandaar dat men hun dosis tot het strikt noodzakelijke minimum probeert te beperken. En het is precies hier dat de sport een nuttige bijdrage kan leveren! Lichaamsbeweging vermindert immers de behoefte aan geneesmiddelen en bestrijdt tegelijk de bijwerkingen ervan.
Een hart dat opnieuw moet leren kloppen
Dankzij sport kan de patiënt na de operatie opnieuw een normaal leven leren leiden. Sport biedt voor harttransplantatiepatiënten zelfs een tweede voordeel: het nieuwe hart is door geen enkele zenuw meer verbonden met het gastlichaam. Het is voor de chirurg immers te delicaat om de “draden te herstellen”, aangezien de bezenuwing van het hart bijzonder complex is. Dat is hoe dan ook niet essentieel, want het hart is autonoom, zodat het zo goed als normaal kan blijven kloppen in de “nieuwe borst”. Alleen moet de hartslag zich aanpassen aan de behoeften van het organisme. Normaal gezien gebeurt dat door het subtiele spel van elektrische commando's en het afgeven van hormonen in het bloed. Voor de transplantatiepatiënt blijft uiteraard alleen de tweede mogelijkheid over, en precies dat vereist wat revalidatie. Dankzij training past het getransplanteerde hart zich beter en sneller aan. Het kan zijn capaciteit nagenoeg naar believen verhogen, waardoor de patiënt zware inspanningen kan leveren. “Ik kende uiteraard goed het hart van mijn Tasmaanse tegenstander”, merkte José Lopez geamuseerd op na de wedstrijd. “Vandaar dat ik het in de rode zone wilde duwen.”
