Huid: graadmeter voor de nieren?
Drie tot vier van de tien mensen met diabetes krijgen te maken met nierproblemen, diabetische nefropathie. Dat kan zo ernstig worden dat de nieren hun filterende werk niet meer kunnen doen, en mensen afhankelijk worden van dialyse of transplantatie. Dr. Suzanne Lam van het Leids Universitair Medisch Centrum promoveerde in juni op een belangrijk puzzelstukje in het nieronderzoek, met financiële steun van het Diabetes Fonds.
‘Hoe nierproblemen bij diabetes ontstaan, weten we nog niet precies’, legt medisch biologe Suzanne Lam uit. ‘Waarschijnlijk heeft het te maken met een aantal dingen, zoals bloedglucosewaarden, genetische aanleg en bloeddruk. We zien in ieder geval veranderingen in de structuur van de nieren: rond bepaalde eiwitcellen komt steeds meer bindweefsel. Hoe verder dat bindweefsel oprukt in de nieren, hoe slechter ze werken. Daarom is het belangrijk om precies te weten hoe die structuurgevende eiwitten in de nier geregeld worden. Hoe zijn ze opgebouwd en hoe veranderen ze, onder invloed waarvan? Dan kun je nieuwe behandelmethoden bedenken om in te grijpen in de achteruitgang van de nier.
Cellen in potjes
Na haar afstuderen begon Suzanne Lam aan dit promotieonderzoek naar de microscopisch kleine bouwstenen van de nieren: een bepaald soort bindweefselcellen die zowel in de nieren als in de huid voorkomen. Kort daarvoor was ontdekt dat bij schade in niercellen tegelijkertijd in datzelfde type cellen in de huid soortgelijke effecten te zien waren. Dat feit bood Suzanne de mogelijkheid om te bestuderen hoe het mechanisme van die structuur-eiwitten werkt. Voor het onderzoek gebruikte ze cellen van mensen zonder en met diabetes, en zonder en met nierproblemen. Die vergeleek ze in het laboratorium met elkaar.
Hoe ging dat? Suzanne: ‘Bindweefselcellen hebben het voordeel dat ze makkelijk te kweken zijn. Dus je hebt om te beginnen maar een klein stukje huid of nier van iemand nodig, een paar vierkante millimeter. Het stukje van de nier kregen we met toestemming na een niertransplantatie, het stukje huid konden we eenvoudig via een biopt krijgen. Vervolgens kweek je daarvan met een speciale voedingsbodem veel meer van diezelfde cellen. Die stel je bloot aan verschillende glucosegehaltes en dagelijks bekijk je die monsters door de microscoop en vergelijk je wat er gebeurt. Wat doen de cellen, worden ze door de glucose groter of kleiner? Gaan ze dood? Wat gebeurt er binnen in de cel?’ Tientallen monsters heeft Suzanne maandenlang bestudeerd.
Wat bleek? De cellen reageerden inderdaad op de hoge glucosegehalten, maar niet op precies dezelfde manier. Zowel de huid- als niercellen gingen meer eiwitten produceren met als gevolg schadelijke verbindweefseling zoals ook gebeurt bij mensen met diabetische nierproblemen, maar onder invloed van verschillende stofjes. Die stoffen die de groei van cellen beïnvloeden, heten groeifactoren. Suzanne vond drie groeifactoren die belangrijke spelers zijn bij verbindweefseling: ‘het zou perfect zijn als je die groeifactoren kunt afremmen bij hun schadelijke werk. Probleempje: de bekendste van de drie groeifactoren speelt overal in het lichaam een grote rol. Als je die uitschakelt, gaan er dingen mis met gezonde functies in het lichaam. Maar gelukkig konden we twee andere groeifactoren aanwijzen die samen juist de grootste boosdoeners zijn. Wellicht kun je manieren vinden om deze twee af te remmen zonder verdere nadelige gevolgen.’
Huidcellen als spiegel
Nog een belangrijk punt in het onderzoek was om te zien hoe de huid- en niercellen zich gedragen ten opzichte van elkaar. Het lijkt erop dat wat er in de huidcellen te zien is, een afspiegeling is van wat er in de nieren gebeurt. Het is denkbaar dat in de toekomst huidcellen, die makkelijker zijn te onderzoeken dan nieren, kunnen worden gecontroleerd op het eerste stadium van nierproblemen. Hopelijk kan er dan op tijd worden ingegrepen om de verbindweefseling (en dus nierschade) tot staan te brengen.
Wat gebeurt er met de resultaten van dit onderzoek? Suzanne realiseert zich dat haar onderzoek slechts een stukje is van een grote puzzel. ‘Ik begon nogal naïef, zo van even de wereld verbeteren, patiënten helpen. Zo direct bleek het niet te werken... Het lichaam is zo complex dat je moet beginnen op detailniveau. Heel wat mensen zullen op dit onderwerp nog jaren voortborduren voor er concrete therapieën voor mensen met diabetes uit komen. Maar wetenschappelijk gezien zijn de resultaten van dit onderzoek wel een belangrijke vondst.’
