Bron: Medizinische Universität Wien, 01 februari 2005
Lange termijn studie naar sirolimus (Rapamune) geeft hoop voor niergetransplanteerden
WENEN, Oostenrijk, 31 januari (ots/PRNewswire). De nieuwe lange termijn uitkomst van de Rapamune Maintenance Regimen Studie (RMR), dat vandaag werd gepubliceerd in het blad Transplant International, bevestigd het vermoeden dat niergetransplanteerden de organen langer kunnen behouden. Net als de noodzaak tot hertransplantaties dan wel terugkeer aan de dialyse gereduceerd wordt.
De gegevens, die gedurende 4 jaren zijn verzameld, tonen aan, dat in aanvulling op een verbeterde nierfunctie, de levensduur van het transplantaat significant stijgt en dat zonder verminderde werking van immunosuppressiva bij getransplanteerden die ciclosporine stopzetten en de Sirolimus (Rapamycin, Rapamune) inname vervolgen.
Het kwam naar voren, dat de nierfunctie de nauwkeurigste aanwijzingen levert tot voorbestemming van het risico op nierfunctieverlies op lange termijn bij niergetransplanteerden.
Dat de nierfunctie verslechtert na een transplantatie, is een wijdverspreid probleem als gevolg van de toxische werking van calcineurin type immunosuppressiva, met name ciclosporine, die ter voorkoming van een afstoting wordt toegediend.
Deze toxiciteit leidt vaak tot een structurele beschadiging van het niertransplantaat, verminderde nierfunctie en uiteindelijk tot verlies van het transplantaat.
Sirolimus (Rapamycin, Rapamune) is een immunosuppressivum met generlei nefrotoxische eigenschappen.
(NB: tacrolimus behoort ook tot de groep der calcineurineblokkers maar dit wordt in dit onderzoek niet aangehaald)
De resultaten tonen duidelijk aan dat sirolimus een belangrijke vooruitgang is in de immuunsuppressie. De uitkomsten bevestigen dat door een continue behandeling met sirolimus en het stopzetten van ciclosporine na 3 maanden een snelle en lang aanhoudende verbetering van de nierfunctie behaald werd en daardoor aanmerkelijk betere overlevingskansen van het niertransplantaat.
De proefpersonen toonden ook een aanmerkelijke en aanhoudende verbetering van de bloeddruk na de stopzetting van ciclosporine. Hart- en vaatziekten zijn een veel voorkomende doodsoorzaak bij getransplanteerden en daarenboven wordt nierfunctieverlies in verbinding gebracht met een toename van cardiovasculair risico. Daarom biedt de continue bloeddruk verbetering bij deze behandelmethode aanvullende voordelen bij het terugdringen van dat risico.
Aan de RMR studie namen in totaal 525 niergetransplanteerden deel uit 57 centra in Europa, Australië en Canada. De proefpersonen werden behandeld met sirolimus, ciclosporine en corticosteroïden.
Na 3 maanden, 2 weken meer of minder, werden 430 geschikt bevonden proefpersonen willekeurig gekozen (1:1) en zetten de behandeling voort met of sirolimus, ciclosporine en corticosteroïden of de ciclosporine werd stapsgewijs binnen een tijdsbestek van 4 – 6 weken stopgezet gedurende de voortzetting van de behandeling met sirolimus (sirolimus en corticosteroïden).
Overleving patiënt
Na 4 jaren kon bij beide groepen een uitstekende overlevingskans vastgesteld worden (92,1% bij de groep ciclosporine en sirolimus versus 95,3 % bij de groep sirolimus waarbij de ciclosporine is stopgezet (P = 0,232).
Transplantaat overleving
4 jaar na de transplantatie toonden de patiënten met de behandeling met sirolimus waarbij ciclosporine is stopgezet, een significant betere niertransplantaat overleving in vergelijk met de patiënten die de behandeling met ciclosporine en sirolimus hadden voortgezet.
De tijdsduur tot afstoting binnen 48 maanden was beduidend beter bij de groep waarbij ciclosporine is stopgezet (91,5%), dan bij de groep met voortgezette ciclosporine behandeling (84,2%, P = 0,024)). Deze getallen zijn inclusief sterfgevallen met werkend transplantaat, maar zijn niet gecorrigeerd ten gevolge van het verlies van deze proefpersonen in het vervolgonderzoek.
Na de correctie wel te hebben doorgevoerd bleef het verschil statistisch beduidend gunstiger voor de groep waarbij ciclosporine is stopgezet (96,1% tegenover 90,6%. P = 0,026).
Acute afstoting
4 jaren na de transplantatie was het verschil van het totale aantal door bioptie bewezen acute afstotingen gering (15,8% bij de ciclosporinegroep in vergelijk met 20,5% bij de groep die ciclosporine hebben stopgezet, P = 0,260). De incidentele door bioptie bewezen acute afstotingen na de willekeurige selectie was bij beide groepen na 48 maanden overeenkomstig, met een lichtelijk lager resultaat bij de ciclosporinegroep (6,5% versus 10,2%, P = 0,223).
Nierfunctie
Een snelle (binnen 1 maand) significante en aanhoudende verbetering van de nierfunctie kon na het stopzetten van ciclosporine worden vastgesteld (P < 0,001).
48 maanden na de transplantatie toonde een voortgaande verbetering van de nierfunctie aan (gemeten aan de berekende glomerulaire filtratie) bij de proefpersonen die zijn gestopt met ciclosporine (58,3 tegenover 43,8 ml/min).*, P < 0,001). *NB: ik weet niet op deze meetwaarden gelijk zijn aan de onze
De concentratie van het creatinineserum van de proefpersonen die gestopt zijn met ciclosporine waren continue significant lager na 48 maanden als bij hen die door zijn gegaan met ciclosporine behandeling (121,6 umol/L tegenover 165,5 umol/L.**, P < 0,001). **NB: ook hier, of deze waarden vergelijkbaar zijn met Nederland/België…
Uitgevoerd in opdracht van centra in de volgende plaatsen/landen: Wenen (Oostenrijk); Turijn (Italië); Barcelona (Spanje); Coimbra (Portugal); Nova Scotia (Canada); Woodville South (Australië); Bari (Italië): Oslo (Noorwegen); Lissabon (Portugal); Westmead (Australië); Parijs (Frankrijk); Collegeville (Pennsylvania).
Herkomst engelstalige versie:
http://biz.yahoo.com/prnews/050131/clm034_1.html
Herkomst duitstalige versie:
www.ots.at/presseaussendung.php?schluessel=OTS_20050201_OTS0001&ch=wirtschaft
Herkomst persbericht uit 2000:
www.perssupport.anp.nl/cgi-bin/perssupport/poc_anp.cgi?2000109101_T3.4V.NLB.out25
