StartpaginaDiabetesDialyseNPTxArtikelenNieuwsLinksInloggenAgendaDonorGastenboekForum

Algemeen:

Startpagina

Sitemap

Contact

Colofon

Disclaimer

Oorzaak nierschade door cyclosporine blijft onbekend

In 1966 waren de Leidse chirurgen Hans Terpstra en Maarten Vink verantwoordelijk voor de eerste Nederlandse niertransplantatie. Technisch gezien niet zo’n ingewikkelde operatie, maar het probleem van afstoting is ondanks zorgvuldige selectie door weefseltypering nog steeds niet opgelost.
Aanvankelijk diende men vanaf het moment van transplantatie het afweeronderdrukkende middel azathiopine toe, maar in 1978 kwam cyclosporine (CsA) op de markt en dat gaf een spectaculaire daling van het aantal acute afstotingsreacties. CsA is echter zwaar geschut en veroorzaakt op den duur een speciaal soort niervergiftiging. Ook als de afstoting niet acuut is, neemt in bijna de helft van de gevallen de nierfunctie allengs af. Onder de microscoop ziet men een toename van bindweefsel rond de bloedvaten en verlies van nierbuisjes, een conditie aangeduid als chronische allograft nefropathie (can).
Nu is al lang bekend dat can tot staan wordt gebracht als je de CsA-dosering verlaagt en René Bakker vroeg zich dus af in hoeverre CsA aan dit type nierschade bijdraagt. Dat de stof celdood in nierbuisjes veroorzaakt, kon hij niet aantonen. Wel viel hem op dat het bindweefsel gevormd in can-nieren een iets andere biochemische samenstelling heeft dan dat van nieren aangetast door CsA. Verder stelt hij in zijn proefschrift Renal structural changes after kidney allograft transplantation dat de diagnose “can” minder vaak zal klinken indien CsA drie maanden na transplantatie wordt vervangen door azathioprine.
Bakker promoveerde 2 februari bij de professoren Mohammed Daha (Nierziekten) en Jan Anthonie Bruijn (Pathologie). (JHvD)