Een folder die eigenlijk geactualiseerd dient te wordne door het LUMC
INLEIDING
Enige tijd geleden is met u besproken dat voor uw nier- en suikerziekte een gecombineerde transplantatie van zowel een nier als pancreas (alvleesklier) mogelijk de beste oplossing is. Deze brochure is bedoeld om u informatie te geven over de mogelijkheden van een nier-pancreastransplantatie en wat dit in de praktijk inhoudt.
1. ALGEMEEN
Niertransplantaties worden al tientallen jaren gedaan. Het is voor patiënten met een nierziekte, die nierfunctievervangende behandeling (dialyse) nodig hebben, vaak de beste oplossing. Het betekent echter wel een operatie en intensieve behandeling met medicijnen om afstoting te voorkomen.
Bij de vorm van suikerziekte waaraan u lijdt, maakt de pancreas geen insuline meer. Dit kan leiden tot allerlei complicaties, waaronder aantasting van de nier. Wanneer bij patiënten met diabetes mellitus nierfunctievervangende behandeling noodzakelijk is kan een gecombineerde nier-pancreastransplantatie worden uitgevoerd. Bij goed functionerende transplantaatorganen is dialyse niet meer noodzakelijk en behoeft er geen insuline meer te worden gespoten. Wereldwijd zijn er inmiddels meer dan 15000 gecombineerde nier-pancreas-transplantaties verricht. In Leiden zijn er meer dan 150 gedaan.
2. ANATOMIE
Bij een pancreastransplantatie wordt de pancreas van een donor rechts onder in de buik aangebracht. Daar worden de aan- en afvoerende bloedvaten van de pancreas aangesloten op de bloedvaten in de onderbuik. Op deze manier kan de pancreas insuline afgeven aan het bloed en zo de bloedsuikers regelen. De pancreas produceert ook verteringssappen, die normaal gesproken in de twaalfvingerige darm terechtkomen. Om deze sappen van de donorpancreas af te voeren wordt het transplantaat op de blaas aangesloten. De pancreassappen kunnen zo tezamen met de urine uitgeplast worden. Hierdoor wordt veel zout verloren en bestaat er een grotere kans op urineweginfecties. Na minimaal een half jaar wordt de pancreas alsnog van de blaas op de darm gezet, zodat bovenstaand probleem geen rol meer speelt. Deze ingreep noemen we een conversie-operatie. De aansluiting van de pancreas op de darm wordt niet tijdens de nier-pancreastransplantatie gedaan, omdat de kans op complicaties dan groter is. De nier wordt op dezelfde wijze ingehecht aan de linkerkant. De ureter (urine afvoergang van de nier) wordt hierbij eveneens aangesloten op de blaas. Uiteindelijk is er één groot litteken in het midden van de buik. Op het plaatje hieronder ziet u een schets van de nieuwe situatie. Voor de duidelijkheid moet worden vermeld dat uw eigen nieren en pancreas niet worden verwijderd.
3. VOOR- EN NADELEN
Een nieuwe pancreas betekent dat de bloedsuikers voortdurend normaal zullen zijn. Insuline spuiten is niet meer nodig en u hoeft niet meer op te passen voor een hypoglycaemie. Dit zal de levenskwaliteit zeker bevorderen en u meer vrijheden geven.
Suikerziekte kan leiden tot complicaties aan de ogen, het vaatstelsel, het zenuwstelsel en de nieren. Het wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat de combinatie suikerziekte en diabetische nefropathie (d.w.z nierziekte door de suikerziekte) een heel ongunstige invloed heeft op de kwaliteit van de grote bloedvaten. Dit kan leiden tot beroertes, hartaanvallen en ernstige problemen met de doorbloeding van de benen op zowel de korte als middellange termijn. Omdat bij een succesvolle pancreastransplantatie de bloedsuikers normaal worden, is het te verwachten dat verdere diabetische complicaties worden voorkomen of minder snel zullen verergeren. Het is niet te verwachten, dat al bestaande beschadigingen zullen herstellen.
Een nieuwe nier betekent dat u niet (meer) hoeft te dialyseren. Hierdoor hebt u meer vrijheid en vermijdt u de complicaties, die bij de verschillende dialysevormen voorkomen.
Zowel bij de nier als de pancreas is het niet zeker dat na de transplantatie beide organen goed zullen (blijven) werken. Het kan bijvoorbeeld gebeuren, dat de nier of pancreas door technische problemen niet functioneert of dat een van de organen verloren gaat door afstoting. Het is niet goed te voorspellen, hoe groot de kans hierop is voor u, maar in het algemeen laten de huidige resultaten zien dat na 5 jaar bij 80% van de patiënten beide organen nog goed functioneren.
In het geval dat de organen vroeg of laat in het beloop niet goed blijken te functioneren, zal weer nierfunctievervangende behandeling en/of insulinetherapie nodig zijn. In het geval van nierfalen is dit meestal hemodialyse en slechts in een enkel geval is CAPD mogelijk. Het falen van een transplantaat sluit echter een nieuwe transplantatie niet uit.
Om afstoting te voorkomen zal u uw hele leven anti-afstotingsmedicijnen moeten gebruiken. Er komen steeds nieuwe medicijnen beschikbaar. Momenteel gebruiken we prednison, cyclosporine en mycophenolaat mofetil. Desondanks kan er toch een afstoting optreden. In het algemeen is een afstoting goed te behandelen met één of meerdere afstotingsbehandelingen.
Door de afweeronderdrukkende middelen en eventuele afstotingsbehandelingen, bestaat er een grotere kans op infecties. Om bepaalde schimmel- en virusinfecties te voorkomen krijgt u de eerste maanden hiertegen extra medicijnen. Het eerste jaar na transplantatie wordt tevens een antibioticum voorgeschreven om urineweginfecties te voorkomen.
Een nier-pancreastransplantatie is een grotere ingreep dan een niertransplantatie alleen. Er zijn meer afweeronderdrukkende medicijnen noodzakelijk, met vaker afstotingsbehandelingen, wat de kans op infecties weer vergroot. Al deze factoren samen maken dat de duur van de opname in het algemeen langer is dan bij alleen een niertransplantatie (gemiddeld 6 weken i.p.v. 3 weken).
Na een succesvolle nier-pancreastransplantatie is de gemiddelde overleving beter dan wanneer er alleen een nier wordt getransplanteerd bij patiënten met suikerziekte. Een niertransplantatie is voor de behandeling van uw nierziekte noodzakelijk. Een gecombineerde nier-pancreastransplantatie biedt meer (betere prognose en betere kwaliteit van leven), maar is zowel lichamelijk als geestelijk zwaarder. Een goed sociaal netwerk, waarop u zonodig kan terugvallen, en een acceptabele lichamelijke gesteldheid zijn hiervoor noodzakelijk.
Wat betreft dit laatste aspect zal van tevoren een uitgebreide analyse plaatsvinden. Op basis hiervan zullen wij vanuit medisch oogpunt beoordelen of wij u een geschikte kandidaat achten.
4. VOORBEREIDENDE ONDERZOEKEN
Een nier-pancreastransplantatie is een grote operatie, waarvoor goede voorbereiding noodzakelijk is. Voordat u op de wachtlijst wordt geplaatst, dient u uitgebreid onderzocht te worden. Naast een uitgebreide anamnese, lichamelijk onderzoek, bloed- en urine- onderzoek, vinden nog een aantal andere aanvullende onderzoeken plaats. Een gedeelte van deze onderzoeken vindt plaats in uw eigen ziekenhuis en een gedeelte in het LUMC. Hieronder worden de aanvullende onderzoeken beschreven.
Onderzoeken in eigen ziekenhuis:
Glucagontest
Dit is een korte test, waarbij gekeken wordt of de eigen alvleesklier nog insuline kan produceren. U dient nuchter (dwz niets meer eten en drinken) te zijn vanaf 22.00 uur de avond ervoor (neem ontbijt mee voor na de test). Er wordt glucagon ingespoten, waarna op de tijdstippen 4, 6 en 10 minuten bloed afgenomen wordt.
ECG (=electrocardiogram)
Dit is een “hartfilmpje” dat een elektrische weergave is van de hartactiviteit.
Fietsergometrie
Hierbij vindt ECG-registratie plaats tijdens inspanning (fietsen). Beoordeeld wordt of er aanwijzingen zijn voor zuurstoftekort van de hartspier tijdens inspanning.
Echocardiogram
Met behulp van geluidsgolven wordt een afbeelding van het hart gemaakt. Op deze wijze kan men bijvoorbeeld zien hoe de pompfunctie van het hart is en/of de hartkleppen goed functioneren.
X-Thorax, X-OPG, X-LWK en X-ThWK
Dit zijn röntgenfoto’s van longen, gebit en wervelkolom. Hierbij wordt onder andere gekeken of er ontstekingen van het gebit zijn en/of er botontkalking is en/of inzakkingen van de wervels zijn.
X-voeten en onderbenen
Dit zijn röntgenfoto’s waarbij naar standsafwijkingen van de voeten als gevolg van de diabetes mellitus wordt gekeken.
ECHO-buik
Dit is een geluidsonderzoek van de buik om de lever, galwegen, alvleesklier, milt en nieren af te beelden. Indien er nog urineproductie is, wordt tevens gekeken of u goed uit kan plassen.
MRA-buikvaten
Met behulp van magnetische velden worden afbeeldingen gemaakt van de grote bloedvaten in de onderbuik. U wordt hiervoor in een ‘scanner’ (tunnel) gelegd, waarna contrastvloeistof wordt ingespoten in een bloedvat in een arm.
Botdensitometrie (botdichtheidmeting)
Hierbij wordt op de afdeling Nucleaire Geneeskunde de botdichtheid gemeten van de onderste rugwervels en heupen.
Consult cardioloog
Consult oogarts
Consult tandarts (evt. kaakchirurg)
Onderzoeken in LUMC
Coronair angiografie (hartkatheterisatie)
Het is bedoeld om de kransslagaders (bloedvaten van het hart) af te beelden. Er wordt via een slagader, meestal de liesslagader, een dun slangetje opgevoerd tot dicht bij het hart. Daarna wordt contrasthoudende vloeistof in de kransslagaders gespoten. Door tegelijkertijd een röntgenfilm te maken, komen de bloedvaten in beeld. Na afloop van het onderzoek moet de liesslagader de kans krijgen te herstellen. Daarom is het van belang om gedurende minstens 6 uur na het onderzoek plat in bed te blijven liggen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een cardioloog. Na afloop van dit onderzoek gaat u tijdelijk naar de cardiologische afdeling (hartbewaking) om vervolgens in de loop van de dag weer terug te komen op de afdeling Niertransplantatie.
In sommige gevallen zal extra dialyse of CAPD noodzakelijk zijn om de contrastvloeistof sneller uit het lichaam te verwijderen. Dit vindt aansluitend aan het onderzoek plaats op de hartbewaking. Wanneer er geen complicaties optreden, kunt u de dag na het onderzoek weer naar huis.
Cyclosporine dagcurve
Hierbij krijgt u een dosis cyclosporine en door bloedspiegels te bepalen wordt gemeten of dit goed door het lichaam wordt opgenomen.
Urodynamisch onderzoek (indien u nog niet dialyseert)
Bij dit onderzoek worden de functie en het afsluitmechanisme van de blaas onderzocht. D.m.v. dunne slangetjes, die ingebracht worden via de plasbuis en endeldarm kunnen een aantal metingen worden verricht.
Naast deze onderzoeken zullen er afspraken gemaakt worden met een aantal specialisten. De transplantatiechirurg en cardioloog beoordelen respectievelijk de chirurgische en cardiologische aspecten en de endocrinoloog brengt met name de diabetische complicaties in kaart.
Tevens vindt er een inventariserend gesprek plaats met een maatschappelijk werker. Onderwerpen die hierbij besproken worden zijn familieomstandigheden, sociale contacten, bezigheden, opleiding en arbeid, ziektegeschiedenis en beleving en houding t.a.v. transplantatie. Wij hopen u zo beter te kunnen begeleiden rond de transplantatie. U kunt hierbij denken aan hulp in de thuissituatie na ontslag, begeleiding van u en uw familie bij emotionele problemen als gevolg van de opname/ingreep en de financiële gevolgen.
U moet er rekening mee houden dat naar aanleiding van uitslagen van onderzoeken soms nog aanvullende onderzoeken of behandeling nodig kan zijn.
5. OP WACHTLIJST
Wanneer wij u medisch gezien een geschikte kandidaat vinden en u zelf positief tegenover een nier-pancreastransplantatie staat, plaatsen wij u op de wachtlijst. U start dan alvast met medicijnen om schimmelinfecties te voorkomen. Verder dient u vanaf dat moment te allen tijde bereikbaar te zijn. In 2000 was de wachttijd 6 tot 12 maanden. Wanneer er een nier-pancreas aanbod voor u is, zult u gebeld worden en verzocht worden direct naar het LUMC te komen (afdeling Niertransplantatie, C10). Indien u hemodialyse patiënt bent, dialyseert u eerst, afhankelijk van de situatie, nog eventueel in uw eigen centrum. Wanneer u peritoneaaldialyse doet komt u direct naar het LUMC en neemt u voor 24 uur dialysemateriaal mee. Vanaf het moment dat u gebeld wordt, mag u niets meer eten of drinken.
6. KRUISPROEF EN INSPECTIE VAN NIER EN PANCREAS
Bloed van u en de eventuele donor wordt 'gekruist' om na te gaan of er antistoffen in uw bloed aanwezig zijn tegen het weefsel van de donor. De uitslag van dit onderzoek is meestal nog niet bekend als u in het ziekenhuis arriveert. Een positieve kruisproef, d.w.z. dat u antistoffen heeft tegen het weefsel van de donor, heeft tot gevolg dat de transplantatie geen doorgang kan vinden. Als de nier en pancreas in het ziekenhuis zijn aangekomen, worden deze door de transplantatiechirurg geïnspecteerd. Wanneer deze van onvoldoende kwaliteit blijken te zijn, is dit ook een reden de transplantatie niet door te laten gaan. Kortom, totdat u op de operatiekamer bent aangekomen, blijft er onzekerheid bestaan.
7. VOORBEREIDING OP DE OPERATIE
Vanaf uw aankomst in het ziekenhuis tot aan het tijdstip van de operatie verloopt enige tijd. Meestal vier tot zes uur, soms langer, soms ook korter. Deze tijd is nodig om een aantal voorbereidingen te treffen:
* Laxeren (2 tabletten dulcolax)
* Verpleegkundige controles
* Aanvullend onderzoek: bloed- en urineonderzoek
* bloedingstijd, hartfilmpje en foto van hart en longen
* Anamnese en lichamelijk onderzoek door de arts
* Inbrengen infuus (toedienen vocht en insuline)
* Douchen met Bethadine jodiumshampoo: voorkomt infecties met huidbacteriën.
* Zolang u hechtingen heeft (3 weken), dient u deze shampoo te blijven gebruiken.
* Bescherming shuntarm: aanbrengen verband om shuntarm met mededeling dat die arm niet gebruikt mag worden voor bloedafname of bloeddrukmeting.
* Aanbrengen hielbogen om uw hielen te beschermen
* Evt. dialyse: een extra dialyse vóór de operatie kan noodzakelijk zijn.
Hemodialyse zal in uw eigen ziekenhuis of in het LUMC plaatsvinden. In het geval dat u CAPD doet, laat u uw buik voor het lichamelijk onderzoek leeglopen. Dit kan op de afdeling.
Wanneer de uitslagen goed zijn, de kruisproef negatief is en de organen van goede kwaliteit zijn, kan de transplantatie plaatsvinden. Deze operatie duurt ongeveer zes uur.
8. DE SITUATIE NA DE TRANSPLANTATIE
Als u na de operatie bijkomt op de Intensive Care van de afdeling Heelkunde, treft u het volgende aan:
* slangetje door de neus naar uw maag (afvoeren van maag- en darmsappen)
* infuus in uw arm en hals (regeling vochtbalans en toediening medicijnen) en
* infuus in kleine slagader in onderarm (zuurstofbepaling en bloedafnames)
* 2 blaaskatheters via plasbuis en buik (afvoer urine)
* zuurstofslangetje in de neus
* aansluiting op een monitor voor bewaking.
* drains in het wondgebied (voor het wegvloeien van wondvocht)
9. DE AFDELING
Na een kort verblijf op de Intensive Care (1-2 nachten) gaat u naar de verpleegafdeling Transplantatiechirurgie en later naar de verpleegafdeling Niertransplantatie.
Op beide afdelingen wordt er gewerkt met een team van artsen en verpleegkundigen. Aan het hoofd staat een chef de clinique, geassisteerd door de afdelingsarts die dagelijks de doktersvisite doet. De verpleegkundige staf bestaat uit een hoofdverpleegkundige, teamleiders en teamleden. Ook zijn er leerlingen en HBO-V stagiaires en co-assistenten aanwezig. De secretaresse is meestal aan de balie te vinden. Zij kan u bij administratieve vragen altijd van dienst zijn. Andere disciplines zijn het maatschappelijk werk, diëtetiek, fysiotherapie en geestelijke verzorging.
10. MEDICIJNEN
We kunnen de medicijnen die u moet gaan innemen in drie groepen verdelen, namelijk de vaste medicijnen die u moet blijven gebruiken, middelen die u gedurende een bepaalde tijd moet slikken en medicijnen die (op indicatie) frequent worden voorgeschreven.
1. Medicijnen die u waarschijnlijk uw hele leven moet blijven innemen zijn:
* Prednison
* Neoral (Cyclosporine)
* Cellcept (Mycofenolaat-mofetil)
Het immuunsysteem beschermt het lichaam tegen infecties: het spoort bacteriën en ander lichaamsvreemd weefsel op en tracht dat te vernietigen. Koorts is een symptoom waaraan men kan zien dat het immuunsysteem aan het werk is. Het immuunsysteem reageert zo ook op een getransplanteerd orgaan: het valt het orgaan aan, waardoor het wordt afgestoten. Met geneesmiddelen zoals Neoral, Prednison en Cellcept wordt het immuunsysteem onderdrukt en wordt afstoting voorkomen. Als gevolg van de medicijnen bent u vatbaarder voor infecties. Tevens is er door deze verminderde afweer een grotere kans op het krijgen van kanker. De belangrijkste vorm hierbij is huidkanker, wat bij nauwlettende controle in het algemeen goed is te behandelen. Leefregels, zoals minimale blootstelling aan zonlicht en het gebruik van goede zonnebrandolie, zijn hierbij van belang.
Hieronder zijn nog een aantal specifieke bijwerkingen van bovenstaande middelen vermeld die kunnen optreden. Het wil natuurlijk niet zeggen dat u alle beschreven bijwerkingen zult krijgen.
Mogelijke bijwerkingen van prednison zijn overmatige eetlust, dikker worden van vooral buik en gezicht, acne-achtige huidafwijkingen, afname van spierkracht en maagklachten.
Neoral kan licht trillen van de handen (tremor) veroorzaken, versterkte haargroei (ook op plaatsen waar dit minder gewenst is), branderig gevoel in handen en voeten en gezwollen of bloedend tandvlees. Tevens kan het de bloeddruk verhogen en de nierfunctie verminderen.
De belangrijkste bijwerkingen van CellCept zijn diarree, braken en een verminderd aantal witte cellen in uw bloed. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal wanneer u gewend bent geraakt aan CellCept of wanneer de dosering wordt aangepast.
2. Middelen die u tijdelijk moet slikken:
Antibiotica
In verband met de verhoogde kans op infectie krijgt u de eerste 4 tot 12 maanden verschillende antibiotica om bepaalde infecties te voorkomen.
Natriumbicarbonaat
Doordat de verteringssappen van de nieuwe pancreas in de urine komen, verliest u heel veel natriumbicarbonaat. Totdat de pancreas van de blaas op de darm wordt aangesloten via een conversieoperatie, moet u natriumbicarbonaat in capsules innemen om dit verlies aan te vullen. Deze conversieoperatie vindt een half tot een jaar na de transplantatie plaats.
Middelen die frequent worden voorgeschreven (op indicatie):
* maagbeschermers (vanwege prednisongebruik)
* cholesterolverlagers
* bloeddrukverlagers
* vitamine D (ivm botontkalking)
11. AFSTOTINGSREACTIES EN DAARBIJ BEHORENDE ONDERZOEKEN
Ondanks dat u medicijnen krijgt om afstoting te voorkomen, bestaat er toch een kans dat er een afstotingsreactie optreedt. Dit kan zich direct na transplantatie voordoen, maar ook na enkele weken of maanden of zelfs in een later stadium. Verschijnselen hiervan die kunnen optreden zijn koorts, verhoogde bloedsuikers, achteruitgang van nierfunctie, een gevoelige pancreas en/of nier, zure urine (lage pH) of zich 'niet lekker voelen', zonder hierbij speciale klachten te kunnen aangeven. Naast bloedonderzoek zal er een echo van de buik gemaakt worden. Andere oorzaken kunnen uitgesloten worden en op geleide van een echo kan een biopsie van nier of pancreas worden verricht.
Wanneer een afstotingsreactie is vastgesteld, kunt u op verschillende manieren behandeld worden. Als eerste behandeling wordt meestal gekozen voor een hoge dosering prednison, wat via een infuus in de arm wordt toegediend. Een dergelijke behandeling is helaas in een aantal gevallen niet afdoende en wordt dan gevolgd door een behandeling met anti-thymocytenglobuline (ATG). Dit zijn antilichamen die gericht zijn tegen de witte bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor de afstoting. ATG kan met name bij de eerste gift hevige bijwerkingen hebben, als koorts, koude rillingen, braken en diarree. In het algemeen is de afstotingsreactie hiermee onder controle. Indien dit niet zo is, dan kan nogmaals prednison gegeven worden en een op ATG gelijkend middel.
12. FYSIOTHERAPIE
De fysiotherapeut komt bij u langs als u op de transplantatie-afdeling terugbent. Hij/zij begeleidt u met ademhalingsoefeningen en later met lopen, fietsen, traplopen en buikspieroefeningen. Later komt u tot uw ontslag 3 keer per week in de oefenzaal om in groepsverband of individueel uw conditie te verbeteren.
13. VOEDING
Na een nier-pancreastransplantatie speelt voeding een belangrijke rol. Deze rol is duidelijk anders dan vóór de transplantatie. Een nier-pancreastransplantatie is een ingrijpende grote operatie. Het lichaam zal veel energie nodig hebben om goed te kunnen herstellen. Daarom is het van groot belang dat u na de operatie goed en voldoende eet, wat zeker de eerste weken niet meevalt! De diëtist van de afdeling zal snel met u in contact treden om goede afspraken te maken over het eten.
Op de langere termijn, te beginnen na ontslag uit het ziekenhuis, is het van belang de "Richtlijnen voor een Goede Voeding" in acht te nemen. Hierover zal nadere uitleg gegeven worden. Tevens zal aandacht geschonken worden aan transplantatie gerichte voedingsadviezen, zoals het voorkomen van voedselinfecties en het rekening houden met medicijn gerelateerde bijwerkingen. Prednison kan bijvoorbeeld een overmatig hongergevoel geven en Neoral heeft een ongunstig effect op het cholesterolgehalte. Met adequate voeding kan dit gunstig beïnvloed worden.
14. ONTSLAGPROCEDURE EN POLIKLINIEKBEZOEKEN
Voordat u met ontslag gaat, zal er een voorlichtingsgesprek plaats vinden waarin alle door u thuis te verrichten handelingen van tevoren zullen worden besproken. De polikliniekbezoeken zullen in het begin zeer frequent moeten plaatsvinden. De eerste 4-6 weken na ontslag uit het ziekenhuis zal dit 2x per week zijn. Dit zal heel geleidelijk minder frequent worden en uiteindelijk 1x per 3 maanden zijn. Wanneer bij een polibezoek de (bloed) uitslagen niet goed blijken te zijn, wordt u hierover gebeld. Het kan dan zijn dat u direct opgenomen dient te worden voor aanvullend onderzoek en/of behandeling. Een andere mogelijkheid is dat de medicatie wordt aangepast en/of dat u vervroegd voor poliklinische controle moet komen.
Poliklinisch zal ook aandacht besteed worden aan reeds bestaande complicaties van de suikerziekte. Dit maakt het voor ons tevens mogelijk om het effect van de transplantatie op deze complicaties op de langere termijn te bestuderen. Na een jaar zullen de controles gedeeltelijk overgenomen worden door uw huidige ziekenhuis.
15. SEXUALITEIT EN ZWANGERSCHAP
De pancreas en nier zijn op zo’n beschermde plaats geïmplanteerd, dat seksuele contacten mogelijk zijn, zonder dat dit leidt tot eventuele beschadigingen.
Zwangerschap behoort in principe tot de mogelijkheden, maar dit moet worden gepland. Aangezien bepaalde medicijnen schade zouden kunnen toebrengen aan de ongeboren vrucht, dient deze medicatie voor een eventuele zwangerschap al vervangen te worden door andere.
16. WERKHERVATTING
Over dit onderwerp zijn moeilijk uitspraken te doen. Sommige patiënten voelen zich snel in staat om te werken, anderen hebben hiervoor meer tijd nodig. Natuurlijk hangt het ook af van de aard van uw werkzaamheden. Wanneer u zich goed voelt en de behoefte heeft weer aan het werk te gaan, bestaat hiertegen meestal geen bezwaar.
17. SPORT
Sport na transplantatie kan heel goed. Het spreekt vanzelf dat sporten met een verhoogd risico voor de getransplanteerde organen (bijvoorbeeld rugby, motorcross) niet de voorkeur verdienen.
Indien u naar aanleiding van deze informatie nog vragen heeft, dan kunt u die stellen aan uw behandelend arts op de polikliniek.
