Voeding
Een speciaal dieet is meestal niet nodig na de transplantatie. Wel moet de voeding hygiënisch bereid zijn en bijvoorbeeld vlees goed doorbakken zijn. Sommige rauwe kazen verhogen het risico op schimmelinfecties.
Bij sommige patiënten vormt overgewicht en bij andere ondervoeding een probleem. Na een buikoperatie treden altijd verklevingen van darmen op, waardoor het ontlastingspatroon vaak veranderd is en soms gasvorming en rommelingen optreden. In overleg met uw arts op de polikliniek en de diëtist kunt u proberen er iets aan te doen. Gaat u echter niet zonder overleg laxeermiddelen gebruiken.
Gemiddeld aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen
Voor 20 jaar en ouder
Om de nieuwe nier (mits de functie goed is) optimaal te laten werken is 2,5 liter drinken per dag nodig. Begin daarom bijtijds met 1 glas water als u 's morgens wakker wordt en drink regelmatig een extra glas.
De eerste dagen na transplantatie is een zoutbeperking nog noodzakelijk. Dit dient ervoor te zorgen dat de vochtbalans zo goed mogelijk is en om de bloeddruk goed te houden.
Enkele medicijnen die u gebruikt om afstoting te voorkomen kunnen bijwerkingen geven.
Door het gebruik van Prednison zijn sommige mensen geneigd meer te eten dan nodig is. Een aantal van hen komt daardoor te veel aan. Dit kan oplopen tot 10 à 15 kg per jaar. Probeer dit te voorkomen door op uw gewicht te letten.
Prednison kan op termijn leiden tot botverlies en geeft daardoor een verhoogde kans op botbreuken. Voldoende kalk (1000 mg calcium/dag), regelmatig lichaamsbeweging (regelmatig belasting van het bot) en voldoende vitamine D (nodig voor de opname van calcium uit de darm) zijn van belang. Het advies is om minimaal 500 cc melk of melkprodukten en 1 plak kaas (25 g per plak) te gebruiken.
Neoral kan een stijging van het cholesterol in het bloed tot gevolg hebben. Dit vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Door de tips uit de folder "Eet gezond! Schijf van vijf" op te volgen, kunt u proberen het cholesterolgehalte te beïnvloeden. Ook kunt u voor een persoonlijk advies terecht bij de diëtist van de transplantatiepolikliniek.
Na transplantatie is door de verminderde afweer en het gebruik van immunosuppressiva (= medicatie om de afstotingsreactie te onderdrukken) de kans op een voedselinfectie vergroot. Dit is meestal te wijten aan een besmetting met de Salmonella bacterie, of Campylobacter bacterie of Listeria monocytogenes bacterie. Helaas is een besmet product niet altijd te herkennen. Voedsel dat er voor het oog goed uitziet, goed ruikt en uitstekend smaakt kan toch zóveel bacteriën bevatten en dat u er ziek van wordt. Door hygiënisch en veilig met uw voedsel om te gaan kunt u het risico van een voedselinfectie verminderen (zie regel 5 van de schijf van vijf).
Regels Schijf van Vijf
De kern van de Schijf van Vijf zijn de vijf regels. Deze geven in het kort aan waar het bij een gezonde voeding om gaat. Voor iemand die gezond wil eten zijn dit de belangrijkste aandachtspunten.
1. Eet gevarieerd
Er is niet één voedingsmiddel dat alle voedingsstoffen in voldoende mate heeft. Wie gevarieerd eet, krijgt alle stoffen binnen die nodig zijn. Bovendien wordt het risico op het binnenkrijgen van eventueel aanwezige ongezonde stoffen gespreid.
2. Niet te veel en beweeg
Om op een gezond gewicht te blijven, is het belangrijk gevarieerd en gezond te eten met niet te veel calorieën en veel te bewegen. Een gezond lichaamsgewicht verkleint de kans op chronische ziekten. Iemand met een te hoog gewicht heeft meer kans op hart- en vaatziekten, diabetes en bepaalde vormen van kanker.
3. Minder verzadigd vet
Door het gebruik van verzadigd vet te beperken vermindert de kans op hart- en vaatziekten. Vet is wel nodig als bron van onverzadigde vetzuren, vitamine A, D en E en energie. Kies daarom voor vetten met veel onverzadigd vet. Het eten van twee keer vis per week is van belang vanwege de gezonde visvetzuren.
4. Veel groente, fruit en brood
Een gezonde voeding bevat ruime porties groente, fruit en brood. Groente, fruit en brood zijn vezelrijke voedingsmiddelen die in verhouding tot hun volume en gewicht weinig calorieën en veel voedingsstoffen leveren. Er wordt dus niet snel te veel van gegeten. Dit is belangrijk voor mensen die letten op hun gewicht. Bovendien verlaagt een ruime consumptie van groente en fruit het risico op chronische ziekten.
5. Veilig
In voedsel kunnen ongezonde stoffen en bacteriën voorkomen. Ons voedsel is nog nooit zo veilig geweest, maar honderd procent veilig voedsel bestaat niet. Thuis zijn consumenten zelf verantwoordelijk voor de veiligheid. Met het nemen van een aantal eenvoudige maatregelen kan besmetting en ziekte, bijvoorbeeld het risico van een voedselinfectie of -vergiftiging, worden verkleind of voorkomen.
