Een » film [797 KB]
over hartkathetheristaie
Hartkatheterisatie
Hartcatheterisatie of Coronair angiografie (CAG) is het middels een catheter en contrastvloeistof in kaart brengen (angiografie) van de kransvaten van het hart. Daarnaast kunnen drukken in het hart worden gemeten door middel van een rechts-catheterisatie.
Het hart wordt voorzien van zuurstof door omliggende hartvaatjes. Er zijn 2 coronairarteriën (hartslagaders) die het linker en het rechter deel van het hart van zuurstofrijk bloed voorzien. De linker coronair arterie vertakt zich in de circumflex. Deze loopt tussen de rechter en de linker arterie in. In de lies wordt na plaatselijke verdoving een klein sneetje gemaakt. Met behulp van een aanpriknaald wordt de linker of rechter beenslagader (A. femoralis) aangeprikt. Via deze naald wordt een introducer ingebracht. Via deze introducer kan geen bloed ontsnappen, maar kan er wel wat naar binnen worden geschoven. Er wordt via dit systeem een katheter met voerdraad via de arterie naar het hart geschoven.
De katheter is een soort plastic buisje met aan het uiteinde gaatjes. De voerdraad dient om te sturen. In de meeste gevallen zal men eerst de linker kransslagader afbeelden. De cardioloog schuift de katheter op tot aan de inmonding van deze arterie. De voerdraad wordt verwijderd, zodat er nu contrastmiddel ingespoten kan worden. Door de katheter op te schuiven tot aan de inmonding, gaat (bijna) al het contrast in de linker arterie en niet meteen via de aorta naar de rest van het lichaam. Er worden diverse opnames gemaakt met röntgenstraling, telkens in een andere richting.
Men volgt dan de met contrast gevulde arterie. Wanneer er vernauwingen aanwezig zijn, kunnen deze goed in beeld gebracht worden. Ter plaatse van de vernauwing kan het contrastmiddel niet goed doorlopen; in geval van een afsluiting van het vat, loopt het niet verder.
Na deze opname reeks wil men ook de rechterkransslagader afbeelden. De voerdraad wordt via de katheter opgevoerd. Vervolgens wordt de katheter eruitgehaald, zodat de voerdraad overblijft. Over de voerdraad wordt een andere katheter naar binnen geschoven tot aan de inmonding van de rechterkranslagader. De voerdraad wordt verwijderd en dan worden er weer röntgenopnames gemaakt met contrastmiddel.
Na deze serie wordt op indicatie een opname gemaakt van de linker kamer (ventrikel). Er wordt dan een katheter ingebracht tot in de apex (hartpunt), dus in de linkerhartkamer. In korte tijd wordt de kamer gevuld met contrastmiddel, dat vervolgens door de pompfunctie wordt weggepompt. Op deze wijze kan men een indruk krijgen over de pompfunctie van het hart. De katheter wordt verwijderd en de introducer eveneens. De wond wordt dichtgedrukt en er komt een drukverband om het been.
De patiënt heeft 8 uur bedrust en mag de volgende dag naar huis. Er zijn variaties mogelijk in de opnames. Wanneer een patiënt omleidingen heeft, zullen er van deze omleidingen ook opnames gemaakt worden met contrastvloeistof.
Indicatie voor onderzoek
1. instabiele angina pectoris
2. angina pectoris na een hartinfarct (myocardinfarct), PTCA of CABG.
3. Diagnostisch (uitsluiten coronairlijden)
4. Hartklepafwijking
5. Ziekte van de hartspier
Contra-indicaties
Infecties, koorts, te hoog INR. Ernstige nierfunctiestoornissen
Complicaties
1. een nabloeding ter plaatse van de punctieplaats
2. een vals aneurysma ter plaatse van de punctieplaats
3. een arterioveneuze shunt ter plaatse van de punctieplaats
4. contrastnefropathie
5. een dissectie van de wand van het ostium van het gesondeerde kransvat, met als mogelijk gevolg een iatrogeen myocardinfarct, ventrikelfibrilleren en overlijden.
6. een volledige occlusie van een gesondeerd kransvat met een ostiumstenose, met als mogelijk gevolg ventrikelfibrilleren en overlijden.
